Je hart pompt het bloed door je lichaam heen. Door het pompen ontstaat er een druk in je bloedvaten. De druk die ontstaat wordt bloeddruk genoemd. De druk wordt weergegeven in millimeters kwik (mmHg). Het zijn de bloedvaten in de spiertjes er omheen, die in principe de druk bepalen.
Als je bloeddruk wordt gemeten, dan wordt er gekeken naar de boven- en onderdruk. Simpel gezegd geeft de bovendruk de waarde aan, op het moment dat je hart zicht samentrekt. Bij de onderdruk is dit als je hart zich ontspant. De bovendruk is de hoogste waarde en de onderdruk de laagste.
Je bloeddruk kent geen vast waarde. Het schommelt gehele dag. Wat je doet, hoe je je voelt, wat je drinkt/eet zijn allemaal factoren die medebepalend zijn voor je bloeddruk. Heb je nu een te hoge bloeddruk (hypertensie) dan is de kans op hart- en vaatziekten groter. Deze verhoogde kans heb je niet bij een te lage bloeddruk (hypotensie). Daarbij kunnen klachten ontstaan zoals duizeligheid, vermoeidheid en flauwvallen.